HR-glas per woningtype
Het woningtype, bouwjaar en eigendomsvorm bepalen welk HR-glas het beste past en hoe de vervanging verloopt. Ontdek wat er voor jouw situatie geldt.
Disclaimer: Wij zijn geen gecertificeerde glasspecialisten; gebruik deze informatie op eigen risico. Afbeeldingen zijn ter illustratie en genoemde bedragen zijn indicatief. Bij een offerteaanvraag via onze site kunnen wij een vergoeding ontvangen. Meer informatie ›
Elke woning is anders, en dat geldt ook voor de aanpak van glasvervanging. Een rijtjeshuis uit 1960 met enkelglas vraagt om een heel andere oplossing dan een nieuwbouwappartement met al redelijk presterend HR-glas. Het woningtype bepaalt hoeveel glasoppervlak je hebt, het bouwjaar bepaalt wat er nu in zit, en de eigendomsvorm bepaalt wie er beslist.
Dit artikel zet de belangrijkste factoren op een rij en helpt je naar het artikel te navigeren dat bij jouw specifieke situatie past. Na het lezen weet je welke categorie voor jou relevant is en waar je de informatie vindt die je nodig hebt.
Waarom maakt het woningtype uit?
De keuze voor HR-glas hangt niet alleen af van het glas zelf, maar ook van de context waarin het geplaatst wordt. Het bouwjaar, de kozijnsituatie en het glasoppervlak bepalen samen wat er mogelijk is, wat het oplevert en wat het kost.
Bouwjaar en bestaand glas
Het bouwjaar van je woning geeft een betrouwbare eerste indicatie van welk glastype erin zit. Woningen van voor 1975 hebben vaak nog enkelglas of heel vroeg dubbelglas, terwijl woningen uit de jaren negentig doorgaans standaard dubbelglas hebben. Met de juiste technieken kun je het glastype herkennen zonder dat je het kozijn hoeft te openen.
De sprong van enkelglas naar HR++ levert 12 tot 15 m³ gasbesparing per vierkante meter raam per jaar op. Dat is €16 tot €21 per m² aan jaarlijkse besparing. Bij de upgrade van oud dubbelglas naar HR++ is de verbetering beperkter: 3 tot 5 m³ gas en €4 tot €7 per m².
Kozijnsituatie per woningtype
Niet alleen het glas verschilt per bouwperiode, ook de kozijnen. Oudere woningen hebben vaak houten kozijnen die onderhoud nodig hebben of zelfs houtrot vertonen. De sponningmaat van het kozijn bepaalt bovendien of HR++ glas met een standaard opbouw van 24 mm erin past.
Bij woningen uit de jaren zeventig en tachtig zijn de kozijnen vaak nog in redelijke staat. Dat maakt alleen-glas vervanging tot een aantrekkelijke optie: je houdt de bestaande kozijnen en vervangt alleen het glas. Bij oudere woningen is kozijnvervanging vaak onvermijdelijk vanwege houtrot of te smalle sponningen.
Glasoppervlak en warmteverlies
Het glasoppervlak varieert sterk per woningtype en bepaalt direct de totale investering en besparing. Een tussenwoning heeft gemiddeld zo’n 20 m² glas, terwijl een vrijstaande woning al snel 40 tot 50 m² glasoppervlak heeft. Bij de kosten voor het hele huis speelt dit een doorslaggevende rol.
Meer glasoppervlak betekent meer warmteverlies bij slecht glas, maar ook meer potentiële besparing na vervanging. Een vrijstaande woning met enkelglas kan jaarlijks 350 tot 450 m³ gas besparen door over te stappen naar HR++ glas, goed voor €480 tot €620 per jaar. De onderstaande tabel toont het gemiddelde glasoppervlak en de vervangingskosten per woningtype.
| Woningtype | Glasoppervlak | Alleen glas vervangen | Met nieuwe kozijnen |
|---|---|---|---|
| Appartement | ~15 m² | €1.800 - €2.500 | €8.000 - €15.000 |
| Tussenwoning | ~20 m² | €2.400 - €3.500 | €10.000 - €18.000 |
| Hoekwoning | ~25 - 30 m² | €3.500 - €5.000 | €12.000 - €25.000 |
| Twee-onder-een-kap | ~30 - 35 m² | €4.400 - €6.000 | €15.000 - €30.000 |
| Vrijstaande woning | ~40 - 50 m² | €6.500 - €10.000 | €20.000 - €40.000 |
Standaard woningtypen en glasvervanging

Nederland kent circa 8,3 miljoen woningen, waarvan 42% rijtjeshuizen zijn en 37% meergezinswoningen zoals appartementen. Vrijstaande woningen maken 13% uit van de voorraad, en twee-onder-een-kapwoningen 9%. Elk woningtype heeft zijn eigen glaskenmerken en vervangingsaanpak.
Rijtjeshuis en tussenwoning
De tussenwoning is het meest voorkomende woningtype in Nederland. Met glas aan voor- en achterzijde maar niet aan de zijkanten heeft een tussenwoning relatief beperkt glasoppervlak: gemiddeld zo’n 20 m². De investering voor alleen-glas vervanging naar HR++ bedraagt €2.400 tot €3.500.
De relatief lage investering maakt glasvervanging bij een tussenwoning financieel aantrekkelijk. Bij de energiebesparing van HR-glas speelt het compacte glasoppervlak in je voordeel: de terugverdientijd is korter dan bij grotere woningen.
Hoekwoning
Een hoekwoning heeft glas aan drie zijden, waardoor het glasoppervlak toeneemt naar gemiddeld 25 tot 30 m². Dat betekent meer warmteverlies bij slecht glas, maar ook meer potentiële besparing. Een hoekwoning met enkelglas kan na vervanging zo’n 260 m³ gas per jaar besparen, goed voor ongeveer €350.
De extra gevelzijde maakt de investering hoger: €3.500 tot €5.000 voor alleen-glas vervanging. Maar door het grotere glasoppervlak is de absolute besparing ook groter dan bij een tussenwoning.
Twee-onder-een-kapwoning
Bij een twee-onder-een-kapwoning deel je één muur met de buren en heb je glas aan drie zijden. Het glasoppervlak ligt tussen 30 en 35 m², wat de investering op €4.400 tot €6.000 brengt voor alleen glasvervanging.
De grotere raampartijen aan de niet-geschakelde zijde zorgen voor meer daglicht, maar ook voor meer warmteverlies. Vooral bij oudere twee-onder-een-kapwoningen uit de jaren zeventig loont vervanging van het verouderde dubbelglas.
Vrijstaande woning
Een vrijstaande woning heeft glas aan alle vier de zijden, met een glasoppervlak van gemiddeld 40 tot 50 m². De investering is navenant: €6.500 tot €10.000 voor alleen glasvervanging, of €20.000 tot €40.000 inclusief nieuwe kunststof kozijnen.
De absolute besparing is bij een vrijstaande woning het grootst. Bij vervanging van enkelglas door HR++ kan de jaarlijkse gasbesparing oplopen tot 350 tot 450 m³, goed voor €480 tot €620. De terugverdientijd is door de hogere investering echter langer dan bij kleinere woningtypen.
Bouwperiode als vertrekpunt
Het bouwjaar van je woning is vaak een betere indicatie voor wat er in je ramen zit dan het woningtype zelf. Per bouwperiode kun je vrij nauwkeurig inschatten welk glastype je hebt en welke verbetering realistisch is.
Woningen gebouwd voor 1975
Woningen van voor 1975 hebben vrijwel altijd nog enkelglas of heel vroeg dubbelglas zonder isolerende werking. Zo’n 18% van de Nederlandse woningvoorraad dateert van voor 1945, en het merendeel daarvan heeft nog steeds oorspronkelijk glas.
Dit is de categorie waar de meeste winst te behalen is: de sprong van enkelglas naar HR++ levert de grootste energiebesparing op. Maar juist bij deze woningen spelen ook de meeste uitdagingen, van verouderde kozijnen tot soms asbestproblematiek in oude kit.
Woningen uit 1975-2000
Het grootste cohort Nederlandse woningen, zo’n 30% van de voorraad, is gebouwd tussen 1965 en 1984. Deze woningen hebben doorgaans standaard dubbelglas dat niet meer aan de huidige normen voldoet, maar kozijnen die nog jaren mee kunnen.
De upgrade van oud dubbelglas naar HR++ levert een beperktere verbetering op dan bij enkelglas, maar is vaak eenvoudiger uit te voeren. Veel woningen uit deze periode zijn geschikt voor alleen-glas vervanging, wat de kosten aanzienlijk drukt.
Woningen na 2000 en nieuwbouw
Woningen gebouwd na 2000 hebben al HR of HR+ glas dat op het moment van plaatsing aan de normen voldeed. De vraag hier is niet of vervanging mogelijk is, maar of het rendabel is. De upgrade van HR naar HR++ levert een beperktere isolatiesprong op.
Bij nieuwbouw is HR-glas het wettelijke minimum volgens het Bouwbesluit. Als opdrachtgever kun je echter vaak upgraden naar triple glas of zonwerend glas, wat bij nieuwbouw relatief voordelig is omdat de kozijnen toch al gemaakt worden.
Bijzondere eigendomssituaties

Niet alleen het woningtype bepaalt de aanpak, ook de eigendomssituatie speelt een rol. Bij een koopwoning beslis je zelf, maar bij een appartement loop je via de VvE en als huurder ben je afhankelijk van je verhuurder. Zo’n 57% van de Nederlandse woningen is een koopwoning, de overige 43% wordt gehuurd.
Appartement en VvE
Bij een appartement zijn de buitenkozijnen gemeenschappelijk eigendom van de VvE. Je kunt niet zomaar zelf je glas vervangen, maar hebt goedkeuring nodig van de vergadering van eigenaars. Dat kan zowel een voordeel als een nadeel zijn.
Het voordeel is dat een collectief project vaak voordeliger uitvalt dan individuele vervanging. Het nadeel is dat je een meerderheid nodig hebt en dat de planning niet alleen van jou afhangt. Brandveiligheidseisen kunnen bij appartementen bovendien speciale glastypes vereisen.
Huurwoning
Als huurder ben je voor glasvervanging afhankelijk van je verhuurder. De verhuurder is verantwoordelijk voor groot onderhoud en isolatie, maar in de praktijk reageren niet alle verhuurders even snel op verzoeken. Ongeveer 15% van het glasoppervlak in Nederlandse woningen is nog steeds enkelglas, en dit is geconcentreerd in de particuliere huursector.
Je hebt als huurder echter rechten die je kunt inzetten. Het energielabel van de woning en de huurcommissie-route bieden mogelijkheden om vervanging af te dwingen. In Amsterdam heeft de rechtbank in 2024 zelfs geoordeeld dat enkelglas als gebrek kan worden aangemerkt.
Monumentaal pand
Bij een rijksmonument, gemeentelijk monument of woning in beschermd stadsgezicht gelden strengere regels. Glasvervanging vereist een vergunning en de monumentencommissie beoordeelt of de ingreep het historische karakter respecteert.
Er zijn inmiddels goede oplossingen die isolatie en erfgoedbehoud combineren. Dunnere glasunits, vacuümglas en voorzetramen maken het mogelijk om ook monumentale panden te isoleren. Sinds 2024 zijn de ISDE-subsidie-eisen voor monumenten versoepeld, met in 2026 een verdere verruiming naar Ug ≤ 5,8 W/m²K.
Speciale constructies
Naast het woningtype en de eigendomsvorm zijn er specifieke glasconstructies die een aparte aanpak vragen. Van glas-in-lood tot schuifpuien, elk type heeft zijn eigen uitdagingen en oplossingen.
Glas-in-lood
Glas-in-lood ramen zijn vaak een gekoesterd onderdeel van de woning, maar vormen tegelijk een isolatie-uitdaging. Veel eigenaren denken dat ze moeten kiezen tussen isolatie en behoud van hun sierlijke ramen.
Er bestaan inmiddels meerdere technieken die glas-in-lood en isolatie combineren. Het originele glas-in-lood kan als voorblad op een HR-glasunit worden gemonteerd, of worden opgenomen in de isolatieglas-unit zelf. Ook voorzetramen zijn een mogelijkheid.
Dakramen
Dakramen vormen een apart verhaal bij glasvervanging. Ze zitten op een moeilijk bereikbare plek, hebben strengere veiligheidseisen vanwege de positie boven het hoofd, en kampen vaak met warmteoverlast in de zomer.
De keuze tussen alleen glas vervangen of het hele dakraam vervangen hangt af van de leeftijd en staat van het raam. Bij dakramen ouder dan 15 tot 20 jaar is complete vervanging vaak verstandiger. Veiligheidsglas is bij dakramen wettelijk verplicht.
Serre en veranda
Een serre of veranda heeft het meeste glasoppervlak van de hele woning, waardoor de glaskeuze hier extra bepalend is voor comfort. Veel eigenaren hebben last van oververhitting in de zomer en kou in de winter.
Bij een serre zijn zonwerend glas en veiligheidsglas niet optioneel maar noodzakelijk. Het dakvlak moet wettelijk van veiligheidsglas zijn, en zonder zonwerende coating wordt een serre op zonnige dagen onbruikbaar warm.
Schuifpui en openslaande deuren
Schuifpuien en grote tuindeuren hebben grote glasvlakken die veel warmteverlies kunnen veroorzaken. Niet alleen het glas speelt een rol, maar vooral ook het profielsysteem vormt vaak de zwakke schakel.
Bij een schuifpui is de thermische brug in het profiel vaak een groter probleem dan het glas zelf. Moderne aluminium profielen met thermische onderbreking of kunststof profielen presteren beter. Het gewicht van HR++ en vooral triple glas kan bij grote maten een beperkende factor zijn.
HRGlas.com biedt onafhankelijke informatie over HR-glas (+, ++, +++), isolatieglas en energiebesparing. Ons doel is om huiseigenaren te helpen de juiste keuze te maken voor hun glaswerk.